
Waarom we onze verwarmers als Lego-blokken bouwen
Als je ooit een terras of bar hebt beheerd, weet je hoe het is. Regen, sneeuw en extreme temperatuurschommelingen maken dat de apparatuur beschadigd raakt. Uiteindelijk gaan de verwarmingselementen kapot. Dat gebeurt nu eenmaal.
De meeste bedrijven bouwen hun verwarmers als één groot, gesloten geheel. Als één van de buizen kapotgaat, zit je vast. Je moet ofwel de kabels in de vrieskou repareren, of je gooit het hele apparaat weg.
Wij vinden dat belachelijk.
Daarom hebben we gekozen voor een modulaire oplossing. Stel je voor dat het apparaat eenvoudig te gebruiken is: je hoeft alleen maar het oude module eruit te halen en er een nieuw in te zetten. Het duurt maar een paar minuten. Geen probleem met het besturingssysteem of het chassis. Je kunt weer snel je gasten verwarmen, nog voordat de eerste drankjes zijn ingeschonken.
Er is echter wel een nadeel: om dit te laten werken, moeten we de plekken waar de hitte in contact komt met de stroombronnen beschermen. We isoleren de modules, zodat regen en vocht niet bij de elektrische onderdelen kunnen komen.
Door deze versterkte connectoren en extra behuizingen zijn deze verwarmers zwaarder. Ze nemen meer ruimte in beslag dan sommige goedkope, zwakke apparaten die je online kunt vinden. Maar juist dat gewicht zorgt er namelijk voor dat het frame niet roest. Het voelt stevig aan, omdat het ook echt stevig is.
Het echte voordeel is de langdurige kosten. Meestal stijgen de onderhoudskosten rond het vierde of vijfde jaar. Met modulaire buizen hoef je alleen maar te betalen voor het deel dat echt kapot is gegaan. Je hoeft geen nieuwe kabels of een nieuw frame te kopen telkens wanneer een filament kapotgaat.
We bouwen deze apparaten voor plaatsen waar veel gebruik wordt gemaakt van de apparatuur. Het doel is simpel: we willen dat je verwarmers een investering zijn voor tien jaar, en geen apparaat dat je elke drie seizoenen moet vervangen.